Vorig weekend was het Nationale Tuinvogeltelling 2021. In de appgroep van ons bestuur deelt men resultaten; onder de getelde vogels zijn o.a. mezen, merels, kauwen, eenden, vinken en parkieten. Opvallend afwezig in onze bestuurs-mini-telling is de nummer één van de nationale uitslag: de huismus. Ik heb niet meegedaan. Tellen is niet mijn sterkste kant. En eigenlijk was ik het ook gewoon vergeten.
Bonte spechten
Het asielterrein telt vele bomen, struiken, kreupelhout en struikgewassen die gezamenlijk vele vogels – zowel in aantallen als soorten – aantrekken en een thuis bieden. Mijn wederhelft maakte onlangs onderstaande video van een vrouwelijke Grote Bonte Specht (dat van die Grote en dat het een meisje was moest ik opzoeken). Op het wereld wijde web leer ik meteen dat een Middelste Bonte Specht een rood petje heeft. En door kenners afgekort wordt tot MiBo. Heb ik dus zomaar een GroBo naast m’n huis…
Reigers en buizerd
De Tuinvogeltelling-Top-Tien komt op het asielterrein en in onze tuin – afgezien van de bij ons zo zeldzame huismus – in groten getale voor. Uit de top 25 zie ik zelfs 18 soorten zeer regelmatig langskomen en nog 2 die we af en toe zien. Daarnaast miegelt het hier van de reigers en hebben we een resident buizerd echtpaar dat de aanwezige duivenpopulatie onder controle probeert te houden.
Meer biodiversiteit
Een van de Stevenshage motto’s – ik doe geen uitspraken of ik hier wel of niet de oorzaak van ben – is “het kan altijd beter”. Concreet betekent het in dit geval, méér vogels en méér bloemen en méér vlinders (al stel ik voor dat we qua eikenprocessievlinder een kleine uitzondering maken) en méér insecten en méér amfibieën. Kortom méér biodiversiteit (met excuus voor dit modewoord).
Jaarrond Tuintelling
Al klikkend kom ik erachter dat er – bijzonder gemakkelijk voor mensen zoals ik, die er pas na afloop achter komen ze hem gemist hebben – een Jaarrond Tuintelling bestaat. Hier kun je niet alleen vogels, maar alle soorten en aantallen planten en dieren die in je tuin voorkomen registreren. En dan wekelijks bijhouden. Of vaker. En dan lijkt ineens zo’n jaarlijkse telling weer een heel goed idee.
Tuinreservaat
Op diezelfde website blijkt ook dat iedereen z’n tuin kan omtoveren tot ‘reservaat’. Stiekem verwacht ik dat er bij ons allang zulke idyllische omstandigheden heersen omdat we nou eenmaal in de gelukkige omstandigheid verkeren dat wat wij tuin noemen eigenlijk een stukje (stads)bos is. Het valt tegen, meteen bij de eerste van de tien reservaatsvoorwaarden. “Een natuurlijke vijver met een geleidelijk aflopende oever” staat er. Al staat die al heel lang op mijn verlanglijstje, ik heb er geen. Ineens, tijdens het lezen, overvalt me een vlaag van tuin-inspiratie en bedenk ik de perfecte plek ervoor.
Juichende salamanders
Volgens de Vogelbescherming is het een klusje van niks*). Als ik lees: “koop een kunststof kuip van minstens 30 centimeter diep en een paar waterplanten” word ik enthousiast. Bij de volgende zin echter “graaf een gat ter grootte van de kuip” verschijnen er spontaan zweetdruppels op mijn voorhoofd. De zware klei die hier als grondsoort de dienst uitmaakt, maakt dit ‘simpele klusje’ plotseling een stuk minder aantrekkelijk. Desondanks zwerf ik nog geruime tijd rond op websites die ‘stevige en vorstbestendige kuipen’ verkopen en krijg visioenen van juichende salamanders en winterkoninkjes in badkostuum.
Stadsbos
Diezelfde dag komt onze vaste hovenier Leo van der Valk langs. Zo’n machtig, prachtig en levend stadsbos moet immers wel onderhouden worden. Samen lopen we een ronde over het terrein. Leo (wiens advies ik hogelijk waardeer en klakkeloos accepteer) zegt “deze klimop intact laten hoor, want grote ecologische waarde” en “hier de meidoorn snoeien, misschien daar een hazelaar planten”. De heggenmus in de haagbeuk (die in tegenstelling tot zijn huis-neef al jaren bij ons nestelt) ontgaat hem niet en even later verkneukelen we ons gezamenlijk om een goudhaantje in het kleine bos. Ons pseudo-reservaat doet het eigenlijk niet zo slecht misschien. Van de andere voorwaarden zijn er nog minstens zes die ik kan afvinken. En die natuurlijke vijver? Er zijn vast wel wat sterke mensen in mijn omgeving die ik lief kan aankijken…
Nationale Mollentelling
Waar ik trouwens op de Jaarrond Tuintelling website ook achter kwam, is dat er op 13 en 14 februari een nationale mollentelling zal zijn. Ik doe mee! Molshopen hebben we in overvloed en het mooie is natuurlijk dat die héél makkelijk te tellen zijn. Zolang ik het maar niet vergeet…
Laatste blog & nieuws
Met pensioen: Marian ging van de klas naar de katten
Wie ben je zonder je betaalde werk? Die vraag stond centraal in het magazine van FNV Senioren. Marian Castenmiller weet het antwoord wel! Zij is vrijwilliger bij onze asielkatten. “Samen met de katten ontspan ik en weet: dit is echt genieten. Dit is mijn pensioen.” Lees hier het hele verhaal van Marian.
Asieldieren niet zielig, maar willen wel een eigen thuis
VIDEO | Omroep Sleutelstad was op bezoek bij ons in het asiel! Het idee dat asieldieren zielig zijn, of dat heel veel dieren jarenlang in het asiel zitten klopt niet. “De meeste honden en katten vinden snel een nieuw thuis”, legt collega Suzan uit aan lokale omroep Sleutelstad die een bezoek bracht aan het asiel. “Gemiddeld zit een kat hier zes weken, maar sommige zijn al met een paar dagen weg.” Ze vertelt hoe de adoptie van een dier in zijn werk gaat, en geeft tips voor mensen die een huisdier overwegen. Bekijk hier het hele interview!
Gouden match voor lovebirds Loofje en Kwetter
Agapornis Willemijn landde afgelopen zomer doodmoe in een tuin. Gelukkig knapte ze snel op en ze vond een nieuw thuis èn nieuwe liefde bij de prachtige agapornisman Kwetter. Daar werd Willemijn liefdevol omgedoopt tot Loofje. Het kromsnavel-koppel speelt en knuffelt er elke dag op los en gaat zelfs mee op vakantie. “Loofje is echt een deel van het gezin en ik kijk er elke dag naar uit om met haar bezig te zijn.” aldus haar nieuwe baasje.


