Intussen in het asiel: Katten hoeden

Intussen in het asiel: Katten hoeden

“Kun je even helpen?” vraagt Marlies me in de kantine. Ik zet mijn koffiekopje weg en loop met haar richting de quarantaines voor de katten. Zwart-witte kater Stan heeft zich verschanst in een kast aan het einde van de gang. Hij kijkt ons aan. Niet agressief maar zijn ogentaal is duidelijk: “kom maar op” en “ik ben niet bang van jullie” en “laat me nou gewoon met rust”.

Kater Stan laat zich niet in een hokje stoppen.

Verrassing in huis

Marlies legt me uit dat ze Stan heeft opgehaald uit zijn huis. Dat zijn eigenaar naar het buitenland is gegaan en de huissleutel zonder uitleg per post heeft verstuurd aan de verhuurder. Waardoor het zoekwerk vergde aan de kant van de verhuurder om erachter te komen op welke huisdeur die sleutel past. Om er pas dáárna achter te komen dat er ook nog een kat in het huis aanwezig is. Marlies krijgt de kat in zijn huis vrij makkelijk te pakken. Zonder veel omhaal kan ze hem mét het dekbed waaronder hij zich verstopt heeft in het mandje ploppen.

Floep

Al snel is Stan – zo is hij door Marlies gedoopt – tot de conclusie gekomen dat hij het toch maar niks vindt, dat asiel. Hij is niet bang van ons, maar wil gewoon Weg. Als hij daarvoor dwars door je heen moet springen, dan is dat maar zo. Moet je maar opzij gaan. Elke keer als we zijn hok opendoen, vliegt hij eruit. Floep. En als je hem wilt terugzetten, verzet hij zich daartegen met klauw en tand. Marlies wil hem daarom verplaatsen naar een dubbel hok. Veiliger voor de mens en rustiger voor de kat. Maar wat Stan bij een hokdeurtje kan, is hem nu ook gelukt bij de deur van quarantaine B. Floep.

Stierenvechter

Zo staan we daar dan: mens en kat. Met ieder zo onze eigen ideeën over de volgende fase. Marlies stelt voor dat zij hem naar zijn afdeling terug herdert, zodat ik de deur achter hem kan dichtdoen. Gewapend met slechts een fleece deken voorzien van – hoe toepasselijk – een levensgrote afbeelding van een aanvallende tijger, sta ik als een amateur toreador te wachten tot Stan mijn kant op komt galopperen. Hij is niet groot, maar wel degelijk intimiderend terwijl hij in volle vaart op me afkomt. Haarscherp houdt hij me in de gaten zonder ook maar één keer het oogcontact te verbreken.

Gek toch, hoeveel gedachten er dan tegelijk door je hoofd heen flitsen. “Oogcontact houden? Wegkijken?” “Knipogen om te laten weten dat ik geen bedreiging ben?”. Ik kies uiteindelijk voor “vriendelijk-terugkijken-met-zachte-oogopslag-en-intussen-oogcontact-niet-verbrekend”. Al was het maar om van seconde tot seconde precies te weten waar Stan, inclusief klauwen en gebit, zich bevindt.

“Fleecedeken hoger houden?”  “Handen verbergen achter de deken?” “Stapje terug?” “Stapje naar hem toe?” “Hard wegrennen?” Bingo! Stan zit weer in quarantaine B. Ik buig me voorzichtig naar voren om de deur dicht te doen. Floep. Zwart-witte flits. Vlak voordat ik de deurknop vastgrijp, zit Stan al weer aan het einde van de quarantainegang.

Hondenriem

Wat we nodig hebben is een list. Ik haal een lange hondenriem om aan de deurknop vast te maken, zodat ik veel minder ver de afdeling in hoef om de deur te sluiten. Het kost enige moeite om de riem foutloos vast te maken, maar het lukt. Het scenario herhaalt zich. Marlies herdert. Ik speel stieren kattenvechter, Stan rent netjes zijn afdeling in, ik pak het uiteinde van het hondenriem-deursluitmechanisme en trek koelbloedig de deur dicht. Stan zit onder de hokken uit te hijgen en laat Marlies probleemloos toe in zijn quarantaine.

Stilte-afdeling

Volgende uitdaging: Stan in een korfje zien te krijgen. Keer op keer zie ik hoe hij nét op het moment dat je denkt “hebbes” als een aal weer langs Marlies heen ontsnapt aan het reismandje. (Floep, floep, floep.)  Ik sta erbij en kijk ernaar, me zeer bewust van mijn geringe toegevoegde waarde.

“Ga maar” zegt Marlies dan ook, als mijn telefoon gaat en ik ergens anders nodig ben. “Ik red me wel.” En verdraaid. Zodra ik mijn hielen heb gelicht, besluit Stan dat het welletjes is geweest en loopt keurig het korfje in om te verhuizen naar een stilte-afdeling. Al met al zijn we toch weer een half uurtje leuk bezig gehouden.

Stan kan er niets aan doen. Wij willen allerlei onbegrijpelijke dingen van hem en hij wil gewoon dat we hem met rust laten. We zullen ons uiterste best doen om hem zijn vertrouwen in de mensheid terug te geven.

Meer informatie over kater Stan
Algemene informatie over adoptie van een dier

2 gedachten over “Intussen in het asiel: Katten hoeden

  1. Misschien zou “Floep” een betere naam voor hem zijn…
    Sneu dat ze hem zo hebben achter gelaten. Hoop dat hij snel een plekje krijgt waarna het vertrouwen in de mens weer terugkomt.

  2. Zo’n medelijden met dit dier. Wat heb je toch nare, harteloze mensen. Beslist geen dier waardig.
    Bij jullie is hij tenminste in goede handen.
    Goed verhaal trouwens.
    Els en Leo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *