Intussen in het asiel: Baxter

Intussen in het asiel: Baxter

“Ik heb B1 op de Wunderlist gezet voor een knuffel” zegt Marlies “als je tijd hebt tenminste” (even tussendoor: de Wunderlist app is opgeheven en vervangen door een andere, met de bijzonder originele naam -tromgeroffel- “To do”. Was dit nou werkelijk het beste dat de ontwikkelaars konden verzinnen? Ik weiger om “toedoe” te zeggen en noem het hardnekkig “tohdoh”. Of Wunderlist.). “Hoezo?” uit alle macht probeer ik me de bewoner van B1 voor de geest te halen “zit daar een kat dan?”. Jazeker, zo blijkt, en hij is door ons Baxter gedoopt.

Asielkat Baxter is erg verlegen en verstopt zich achterin zijn hok bij Dierentehuis Stevenshage in Leiden.

Onzichtbaar

De volgende avond ga ik quarantaine B binnen waar Baxter het presteert om zich op twintig vierkante centimeter achter zijn kattenbak vrijwel onzichtbaar te maken. Alleen van schuin opzij is wat zwarte en witte vacht zichtbaar. Ik wacht en pss pss pss zachtjes. Langzaam zie ik een stukje meer kat tevoorschijn komen en zijn er ineens twee betoverende heldergroene ogen. Dan raapt ook de rest van Baxter al zijn moed bij elkaar en komt tevoorschijn.

“Goedenavond” zegt hij bedeesd. “Hoe komt zo iemand als jij nou bij ons terecht?” vraag ik, bij wijze van kennismaking. “Tja” zegt hij “ik was ergens anders en ineens was ik hier. Hoe ik daar kwam, weet ik eigenlijk niet meer zo goed.”

Hij komt dichterbij en laat zich als een lappenpop vallen. In eerste instantie schrik ik even, maar vat het dan op als “aaien toegestaan”. Als een lobbige vloeistof verspreidt hij zich over de bodem van het hok. Rekt zich ongegeneerd uit en trappelt in het luchtledige een beetje naar melk, intussen heus wel wetend dat dát niet veel gaat opleveren.

Stoere buurman

Volgende dag. “Dag mooie jongen, je hebt je eten nog niet op, zie ik. Niet lekker?”. “Nou, eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, ik vind alleen tafelen zo ongezellig” zegt hij aarzelend. “Begrijpelijk” stem ik toe “maar ik ben er nu to..”. Voordat ik ben uitgesproken, zit hij al met zijn hoofd in het voerbakje. Met vier of vijf tegelijk werkt hij de brokjes naar binnen, de helft zonder te kauwen doorslikkend. “Ecgft geblelwig” zegt hij waarbij een groot deel van de brokjes weer uit zijn mond valt. “Wel kauwen, hè” probeer ik nog.

“Je hebt een buurman hieronder, dus helemaal alleen ben je niet.” “Nee, dat klopt” fluistert hij “maar die vind ik een beetje eng. Koert is zo stoer.” (Ik kijk naar Koert, een Grote Vriendelijke Reus, die nauwelijks merkbaar zijn schouders ophaalt en het zich gemakkelijk maakt voor de nacht.)

Asielkat Koert is de stoere buurman van de verlegen Baxter.

Eten of kroelen

Weer een paar dagen later. Kattenbak omver, overal grit, drollen, dekentje op een frommel, kortom: een enorme ravage in het hok met in het voerbakje brokjes vermengd met drab. Als ik op hem wil gaan mopperen, kijkt hij me als de schone onschuld aan met die ogen die tot vér in je ziel kunnen zien. Ik houd het maar bij “voortaan eerst je bakje leegeten hè, voordat je gaat feesten”. Bij het opruimen van de bende zet hij zich met hart en ziel in, al bestaat zijn bijdrage voornamelijk uit kopjes geven en in de weg lopen. Als dank voor de hulp krijgt hij een beetje blikvoer en een duivels dilemma voorgeschoteld: eten of kroelen, kroelen of eten. Uiteindelijk kiest hij voor de knuffel en pas als ik hem welterusten wens, richt hij zich weer op de maaltijd. Voordat ik de afdeling verlaat, is het bakje leeg.

Geduldig baasje

“En hoe zie je de toekomst, Baxter” vraag ik hem. We zijn in het stadium waarin dergelijke levensvragen aan de orde beginnen te komen. “Tja” (veel van zijn zinnen beginnen met een tja) zegt Baxter, “ik ben dus best wel verlegen en dan is het lastig nieuwe vrienden maken. Mensen zoeken toch vaak een extravertere huisgenoot.“  “Zullen we je een beetje daarbij helpen?” vraag ik “want hier heb je toch ook veel nieuwe vrienden gemaakt?”. “Tja, dat komt misschien, van jullie hoef ik niet meteen van alles en mag ik ook gewoon mezelf uit de boom kijken.” “Dan gaan wij zoeken naar iemand die dat echt snapt. Wil je dat wel?”. “Erg graag ja”, denkend aan verhuizen kruipt hij weer een beetje in zijn schulp.

“Wat zijn je avondrondes de laatste tijd lang, veel katten?” vraagt mijn eega als ik binnenstap. “Baxter” antwoord ik, want voor wie de kat in B1 heeft leren kennen, verklaart dat ene woordje alles.

Baxter is op dit moment nog niet plaatsbaar, maar we verwachten dat hij binnenkort klaar is om te verhuizen. Houd daarom onze pagina met plaatsbare katten in de gaten en neem contact met ons op als u interesse heeft.

Heeft u zich vorige week ook het hoofd gebroken over de Stevenshage emoji-puzzel? Het antwoord vindt u hier!

Eén gedachte over “Intussen in het asiel: Baxter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *