Back to basics: Hoe introduceert u uw nieuwe huisdier in uw leven?

Back to basics: Hoe introduceert u uw nieuwe huisdier in uw leven?

De vraag naar huisdieren is door de coronacrisis flink gestegen. Impulsieve beslissingen liggen op de loer, maar een huisdier is niet voor even. Daarom zetten we dit jaar graag een reeks belangrijke aandachtspunten op een rij voor potentiële, nieuwe èn bestaande baasjes van huisdieren. Klik hier voor het overzicht. In deze tweede editie: hoe introduceert u uw nieuwe huisdier in uw leven?

Door Cindy van de Ven en Annegien Lucas, vrijwilligers bij Dierentehuis Stevenshage.

Het is zover: je nieuwe huisgenoot mag mee naar huis! Ben je er al helemaal op voorbereid, is je huis en zijn eventuele andere huisdieren klaar voor het nieuwe familielid? Wij delen tips van onze dierverzorgers!

Honden

Als je een hond gevonden hebt bij Stevenshage en hij mag mee naar huis, dan heb je al een belangrijke stap genomen. Je weet al een beetje wat het karakter is van de hond en of hij – in theorie – in jouw huishouden past.

  • Neem de tijd. Voor de hond ben jij nieuw, je huis, je huisgenoten, de ommetjes en de geurtjes zijn nieuw. Geef hem de tijd om aan al die indrukken te wennen en introduceer hem beetje bij beetje aan nieuwe dingen.
  • Loop in het begin vaak hetzelfde rondje, totdat het helemaal vertrouwd is.
  • Corrigeer niet teveel. Roep geen ‘nee’ maar lok de hond met een snoepje van die verboden bank af, of houd hem de eerste dagen een riempje om in huis zodat je hem kan wegleiden zonder aan zijn halsband of nekvel te zitten.
  • Temper je verwachtingen. Hoe blij een (asiel)hond ook is met een huis, hij is niet dankbaar in de zin dat hij daarom gehoorzaam zal zijn. Hij heeft zijn eigen karakter, en dat is toch ook wat je zo leuk aan hem vindt?
  • Blijf observeren. Jullie spreken niet dezelfde taal, dus denk niet te snel dat hij jou begrijpt, en jij hem. Blijf geduldig ‘uitleggen’ als je hond niet meteen doet wat jij wilt, en verplaats je in zijn situatie: waarom leert hij niet (af) wat jij wilt?
  • Ga samen op een leuke gedragscursus of een privéles! Niet zozeer zodat hij leert te doen wat jij zegt, maar vooral om samen aan iets te werken en elkaar te leren kennen.
  • Houd een dagboekje bij. Heb je het gevoel dat het wennen langzaam gaat en dat je hond zich niet snel aanpast? Als je vanaf het begin alle vorderingen en veranderingen bijhoudt, kun je nog eens terugbladeren en zien hoeveel er al wel veranderd is. Gebruik het ook om jouw eigen verwachtingen bij te stellen. Want misschien kom je er zo achter dat jíj je ook aan hem hebt aangepast. Je moet tenslotte naar elkaar toe groeien!
  • Bonustip: Laat je hond bij het wandelen zo nu en dan helemaal zelf het tempo èn de route bepalen. Zijn hele dag is ingedeeld volgens jouw schema, en het is voor een hond ook leuk om zelf de controle te hebben.

Katten

Katten hechten zich aan hun woning en zijn zeer gesteld op regelmaat. Ze willen vaak hun eigen ding doen en hebben voldoende afleiding nodig.

  • Begrijp verkenningsdrang. Een kat gaat graag op onderzoek uit. Binnenshuis lopen ze vaak een dagelijkse ronde door liefst alle kamers en ook buitenshuis vertonen ze territoriaal gedrag. Als je een eigen buitenruimte hebt, probeer deze dan catproof af te zetten of vraag van tevoren of de buren geen problemen hebben met een langsstruinende buurtkat.
  • Bied alternatieven voor ongewenst gedrag en beloon goed gedrag.
  • Springt een kat op tafel? Er is misschien eten te vinden of hij wil op een hoge plek komen. Haal het eten weg en zorg voor een andere fijne plek.
  • Krabt de kat aan de bank? Zet er een krabpaal naast. Werkt dat niet, dan kun je in je handen klappen of nee roepen exact op het moment van het ‘foute gedrag’, maar combineer dit wel met iets positiefs.
  • Achteraf straffen heeft geen nut en zorgt juist voor angst en verwarring.
  • Gebruik geen plantenspuit. Dan leer je ze alleen dat jij soms vervelend bent. Er komt een associatie tussen jou en de spuit, niet tussen de spuit en de gedraging.
  • Zorg voor een veilige plek. Laat je nieuwe kat in een aparte kamer wennen aan de nieuwe woonsituatie. Een kat kruipt in het begin vaak weg en het is fijn als jij kan kiezen waar dat is. Zet pas als hij er klaar voor is de deur van de gekozen kamer open, zodat hij de rest van de woning kan onderzoeken. Dit kan een tijdje duren. Zorg er ook voor dat hij zich altijd terug kan trekken in deze kamer, bijvoorbeeld als er bezoek komt.
  • Controleer de gezondheid van je kat. Check op teken, vlooien of wormen en laat je kat enten tegen niesziekte en kattenziekte. Bezoek regelmatig de dierenarts, met speciale aandacht voor oor- en gebitsproblemen. Pas ook op dat er geen giftige planten in huis staan.
  • Zet voldoende vers water neer. Katten drinken snel te weinig. Zorg dat er elke dag vers water is. Zet het water niet direct naast het voer, maar op verschillende looproutes. Geef je kat geen melk, want dat werkt laxerend. Kattenmelk kan wel.

Konijnen

Ben je op zoek naar een makkelijk en aanhalig huisdier? Neem dan geen konijn. Ben je op zoek naar een maatje waar je vaak spelletjes mee kunt doen en die je misschien zelfs kunstjes kunt leren? Neem dan twee konijnen! Konijnen zijn slim, grappig en nieuwsgierig, als je ze maar lekker veel ruimte en aandacht geeft. Konijnen worden vaak in een impuls aangeschaft en blijken dan meer werk en minder knuffelbaar dan gedacht. En maar al te vaak belanden ze dan in het asiel, of nog erger, op straat, waar huiskonijntjes niet kunnen overleven. Konijnen neem je dus niet voor je kinderen, die neem je voor jezelf èn om je konijnen een mooi leven te geven. Met deze tips beleef je het meeste plezier aan je konijnen:

  • Geef ze de ruimte! Geef je konijnen een hoge ren van minimaal vier m2 zodat ze kunnen rennen en binkies kunnen maken.
  • Geef ze iets te doen. Niets leuker voor een konijn dan knagen aan wilgentenen, wilgenbast of fruitboomhout (ook goed voor de maag!), verstoppertje spelen in tunnels en voerspelletjes doen. Het knagen en kauwen zorgt er ook voor dat de tanden van je konijnen niet te lang worden. Het kan voorkomen dat je konijn een afwijkende stand van het gebit heeft, waardoor een deel van het gebit niet goed slijt en scherpe haken vormt. Houd dit in de gaten en ga altijd naar de dierenarts als je merkt dat je konijn moeite heeft met eten.
  • Zorg voor een schoon hok. Voorkom dat het hok vies gaat ruiken, daar word jij blijer van en je konijnen ook.
  • Doe dingen samen. Op internet zijn allerlei tips te vinden om spelletjes met je konijnen te doen of om speeltjes voor ze te maken. Een spelend konijn is ook nog eens heel leuk om naar te kijken.
  • Laat je konijnen zichzelf zijn. Als je ze niet optilt of aait, krijgen ze vertrouwen in je en zijn ze vaak veel toeschietelijker. Ze hebben elk hun eigen (en soms heel uitgesproken) karakter, dat je leert kennen als je goed op ze let en veel aandacht geeft.

Vogels

Er zijn veel verschillende vogels, en evenzo veel verschillende behoeften per soort. Voor soort-specifieke informatie zit je goed bij verschillende hobbyclubs in Nederland of facebookgroepen waarop mensen met ervaring hun tips delen. De basistips delen wij vast met je:

  • Koop nooit één vogel. Soms willen mensen geen koppeltje, omdat er dan niet gezongen zou worden. Het zingen van een vogel is een lokroep en heeft als reden het vinden van een partner. Een vogel die constant zingt, is dus eigenlijk best zielig.
  • Vogels moeten kunnen vliegen. Ze zijn er niet op gebouwd om de hele dag in een kooi te zitten. Koop liever geen ronde kooi, maar eentje met hoeken, en zet planten en takken in de kooi.
  • Denk niet dat je eenzaamheid kunt oplossen door een spiegel te plaatsen: een vogel ziet dan zichzelf als zijn partner, wat heel frustrerend voor hem is. Zorg voor verschillende maten stokken, zodat ze kunnen kiezen en er geen “doorligplekken” aan de poten ontstaan.
  • Stimuleer natuurlijk gedrag. Zorg dat je vogels een paar keer per dag uit de kooi mogen en vrij kunnen rondvliegen – doe wel de gordijnen dicht, zodat ze niet naar het licht vliegen en tegen het raam botsen. Ook voedsel kunnen zoeken en dingen slopen zijn verrijkend. Als dat niet mogelijk is omdat je vogels niet tam zijn, zorg dan dat je ruimte hebt voor een volière. Zonder de mogelijkheid om te vliegen en voldoende afleiding kunnen vogels zich snel gaan vervelen. Vooral bij papegaaien zie je dan dat ze hun veren gaan plukken, omdat ze niet lekker in hun vel zitten.
  • Zorg voor voldoende vitaminen. Vogels hebben veel vitamine D nodig (UV-lamp of zonlicht) en het is goed om de normale voeding aan te vullen met insecten of fruit, en hen van de normale voeding niet alleen te laten eten wat ze lekker vinden, maar alles te laten opeten. Geef hen ook kalk, kiezels (om het voer te kunnen vermalen) en eivoer (een puntje van een theelepel is voldoende).
  • Houd het verblijf schoon. Reinig het hok en de tralies twee keer per week helemaal en zorg dat de plek waar een vogel zijn behoefte doet niet boven de voerbak hangt. Houd er rekening mee dat vogels veel stof veroorzaken en dus geen goede keus zijn als je daar allergisch voor bent.
  • Ontwormen. Vogels worden niet ingeënt, maar moeten wel ontwormd worden, vooral als ze buiten komen. Het wormenmiddel kun je eens per kwartaal door het water mengen en tegen bloedluis kun je een drupje in de nek laten vallen.
  • Houd het koel. Vogels kunnen hun warmte slecht kwijt. Pas goed op met vasthouden: in je handen kunnen ze binnen twee minuten overlijden, vooral als je hen omringt of vastklemt, wat ook veel stress veroorzaakt. Zet in de zomer een badje klaar, zodat ze kunnen afkoelen.

Terug naar de overzichtspagina Back to basics 

Op zoek naar meer informatie? Bekijk de website van het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren www.licg.nl

Reageren is niet mogelijk.