Intussen in het asiel: Wat een mooi werk!

Intussen in het asiel: Wat een mooi werk!

Het asielwerk kent vele verschillende kanten. En asielmedewerkers kennen evenzovele benamingen. Onvermoeibare dierenredders. Of zorgzame kattenknuffelaars. Invoelende sociaal werkers. Diervriendelijke hondentrainers. Soms ook doodgewoon: Veredelde Poepscheppers.

Moederloze kittens

Het is zondagochtend. Er zitten twee moederloze kittens in de dierenartskamer. Ik val met mijn neus in de boter. Nou ja, boter…voordat de kleintjes mogen eten en drinken (ze zitten in de overgangsfase naar vaste voeding) moet er eerst iets uit. Wat meestal vrij ongecontroleerd gaat. Het watje dat ik gebruik om de stoelgang te stimuleren is dan ook niet groot genoeg. “Dat lucht wel op zeker” vraag ik het kleintje. Het antwoord luidt “Eten! Nu!”. Ik voldoe aan het verzoek. Terwijl Eline zijn broer voorziet van toiletbeurt en maaltijd, maak ik de couveuse schoon. Omdat ze vast voedsel beginnen te eten, beginnen ze nu ook zelf naar de wc te gaan. Waarbij hun idee van een geschikte plek enigszins verschilt met dat van mij. Ik neem het hen maar niet kwalijk, zo klein als ze zijn. *

* De kittens zijn nog niet plaatsbaar. Zodra dat wel het geval is, zullen ze op onze website verschijnen.

De moederloze kittens die bij Dierentehuis Stevenshage terecht kwamen.

Poepschep

Het is inmiddels 9 uur. Marianne komt melden dat er helemaal geen vrijwilligers zijn bij de honden. Ik sta meteen op om haar te helpen. Als dank word ik prompt gepromoveerd tot Hoofd Honden Hulp. Wat neerkomt op: poep scheppen. Met een gemiddelde van 1 drol per hond kom ik aan een respectabele hoeveelheid uitwerpselen. Prima schepbaar, dat wel. Alleen nieuwkomer Beppie heeft wat zachters voor me achtergelaten.

Marianne en ik werken al 15 jaar samen. Hebben daardoor aan een half woord genoeg en gaan als de brandweer door de kennel. Binnen het uur (de honden mogen tweemaal per dag maximaal een uur in de buitenkennels blaffen vanwege de hinderwetvergunning) zit alles weer binnen in een schoon hok met eten en drinken. Marianne gaat de pensionklanten helpen terwijl ik me over de buitenkennels ontferm. Hoofd Honden Hulp hanteert wederom haar poepschep, sopemmer, schrobbezem en droogwisser.

Geen viooltjes

Tijdens de koffiepauze vraagt Eline vraagt of ik even wil helpen om een kat te temperaturen. Hij is die nacht binnengebracht en oogt niet geheel okselfris. Wat ze er niet bij vertelt, is dat hij er die nacht voor gekozen heeft om 1) royaal zijn kattenbak te gebruiken en 2) die bak vervolgens tot slaapplaats te bombarderen.

We transporteren de kater -die inderdaad erg sneu oogt- naar de ziekenboeg. Eline houdt hem vast terwijl ik de thermometer hanteer.  Er kleven hard geworden keutelklonten aan zijn achterkant. Die, om de juiste plek voor de thermometer te vinden, éérst wegmoeten. Ik aarzel even maar het beste gereedschap daarvoor zijn toch mijn vingers. Katerlief heeft vast iets raars gegeten. Het is zacht en plakkerig. Ik weet dat de gemiddelde keutel niet naar viooltjes ruikt, maar dit heeft werkelijk een geheel eigen bouquet.

“Hij heeft ook nog wat poep aan zijn zijkant” zegt Eline, nét op het moment dat ik daar zelf achterkom. Door er vol in te grijpen.

Fleece dekentjes zijn favoriet bij de katten van Dierentehuis Stevenshage (archiefbeeld).

Kleedjes

Gelukkig heeft de stoere kater geen koorts. We zetten hem in een schoon hok met fris water, een lekker bakje voer en een pasgewassen kleedje. Eline heeft het deurtje nog niet dicht gedaan, of ik zie hem hurken en peinzend in de verte staren. Hij plast. Op het kleedje. “Jammer dit” zeggen we “vannacht kon je nog wel de kattenbak vinden”. We maken het hok nog een keer schoon en verschonen nogmaals het kleedje.

Dan zien we dat de plas ook het hok van de onderbuurman heeft bereikt. We voorzien daarom meteen onderbuurman van een schoon verblijf en kattenbak. Water en eten heeft hij al.

Terwijl ik het aanrecht reinig -u weet wel, keutelklonten- en de afwas doe, ontfermt Eline zich over de vloer en de vuilniszak. Als we klaar zijn, zien we nog net hoe onderbuurman een prachtige verse bolus in zijn kleedje aan het begraven is. Nadat we zijn uitgelachen, halen we nieuwe kleedjes en verschonen het hok opnieuw. Als ik langs de dierenartskamer naar de keuken loop, hoor ik de kittens alweer roepen “Honger! Hoge Nood! Help!”.

Veredelde Poepscheppers inderdaad. Het dieren redden, katten knuffelen, mensen helpen en honden trainen komt een andere keer wel weer.

2 gedachten over “Intussen in het asiel: Wat een mooi werk!

  1. Jullie zijn toppers. Geweldig gedaan en wat een werk, maar wat geeft het achteraf toch een heerlijk gevoel dat je die dieren zo geholpen hebt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *