Intussen in het asiel: C’est le ton

Intussen in het asiel: C’est le ton

Vorige week vrijdag zien we plotseling grote metalen rijplaten op het grasveld pal voor het asielterrein verschijnen, op een afstand van minder dan 10 meter tot mijn keukenraam.

Machinepark

Op maandag wordt het hele veld volgepropt met enorme machines, tractoren, containers en een geheimzinnige metalen stellage die over de sloot reikt tot op ons terrein (weliswaar een klein stukje maar toch) en die nét het hek raakt. Op dinsdag komen er zo mogelijk nóg meer apparaten en mensen bij. Een dieselaggregaat staat lustig zwarte wolken uit te tuffen en voorziet het geheel met bijbehorende stank en herrie van aandrijving. Een vrolijk oranje zwaailicht zorgt dat alle zintuigen evenredig worden lastig gevallen. Van het veld vol net ontluikende krokussen is geen spoor meer.

Zonder aankondiging wordt een waar machinepark opgebouwd vlak voor de deur van de beheerderswoning van Dierentehuis Stevenshage.

Niet geïnformeerd

De hele maandag probeer ik het te negeren en me op het asielwerk te concentreren. Dinsdag stijgt het geluidsniveau echter zodanig dat ik iets móet doen. “Is het nou werkelijk zoveel moeite om even naar binnen te stappen om ons op de hoogte te brengen?” vraag ik aan niemand in het bijzonder. Stuur een piss pittig mailtje aan het bedrijf waarvan ik de naam vanuit mijn woonkamer op de zijkant van een container zelfs zonder bril nog kan lezen. (Ik heb min zeven…)

Vervolgens bel ik de gemeente Leiden. Word keurig te woord gestaan en teruggebeld. Inhoudelijk kom ik niet heel veel verder. Er is een vergunning afgegeven voor ‘grondwerk’ en het duurt ‘tot en met vrijdag’. Op mijn vraag “en ’s nachts?” moet de aardige dame het antwoord schuldig blijven.

Tennisballen

Het water uit de sloten rond ons terrein blijkt een geheimzinnige doch belangrijke rol te spelen bij de werkzaamheden, want het waterpeil erin zakt zienderogen. Vele tennisballen die in de loop der tijd in de modder verzeild zijn geraakt, zien opnieuw het daglicht en komen met dank aan de mannen netjes over het hek retour. Zodra ik naar buiten stap, word ik overspoeld door 100% NL. Het lukt Corry Konings warempel ook nog om boven het werklawaai uit te komen.

Het waterpeil in de sloot zakt zienderogen, wat een stroom aan 'retour-tennisballen' oplevert.

Zichtbare kakafonie

Als de bouwvakkers ruim na donker nog hun ding aan het doen zijn, maken we ons op voor een lange nacht. Een reactie van het bedrijf op mijn piss geïrriteerde mail heb ik nog niet. Tot onze grote opluchting gaat het aggregaat rond het achtuurjournaal naar bed, net als de werklieden. (De avonden erna gaan ze een stukje langer door. Als ik ga informeren, ziet de voorman wat witjes om de neus “sorry mevrouw, we lopen wat achter, de grond is nogal hard hier” zegt hij . Tja, de Rijn geeft zich niet zomaar gewonnen. Menig stuk tuingereedschap is al op de rivierklei gesneuveld. Zelfs een professionele grondboor vond ooit op de ouwe oerlaag zijn Waterloo.)

Woensdagochtend om zeven uur ontwaken de lichten, het aggregaat en alle andere machinerieën weer. “Una paloma blancaaa” klinkt me -naast de diverse variaties op geboor, gehamer, gedril en gedreun- uit volle borst tegemoet als ik naar buiten stap. Onze huismerel gaat de uitdaging aan en draait zijn volumeknop voluit open om boven de witte duif uit te komen. De kakofonie is bijna zíchtbaar.

Glasvezel

En dan -woensdagmiddag- lopen er twee mannen in werkkledij over ons terrein. Op zoek naar ondergetekende. Ze zien er wat benepen uit, alsof ze verwachten enorm uitgekafferd te gaan worden. Onnodig natuurlijk, mijn mail was wel piss korzelig, maar volgens mij niet onbeleefd.

Ik leg uit dat ik heel goed snap dat zij hun werk moeten doen en dat dat niet geruisloos kan. Dat ik desondanks blij zou zijn geweest met wat informatie vooraf. Ze antwoorden dat ze zich niet gerealiseerd hadden dat er zich naast een asiel ook een woonhuis op ons terrein bevindt.

Vertellen dat ze een pijpleiding voor glasvezelkabels aanleggen onder de Rijn door, ruim 400 meter verderop. Een technisch hoogstandje, ik kan niet anders zeggen. En als we last hebben van de radio, moeten we dat gewoon even zeggen. Ik ben ook de beroerdste niet -heh- en gun de mannen hun arbeidsvitaminen. Tot vrijdagavond bezitten we onze ziel in zwijgzame lijdzaamheid. “Heb je even voor mij….”

Een drietal asielhonden maakt luidruchtig kennis op het hondenbos van Dierentehuis Stevenshage in Leiden.

Hondenbos

Op woensdag stellen Marianne en Annika een aantal nieuwe asielhonden aan elkaar voor om te testen hoe ze op elkaar reageren. Hoe leuk is het immers niet voor een hond om vriendjes te hebben. Tijdens de kennismakingen is het geblaf niet van de lucht (best wel spannend natuurlijk). Van achter mijn bureau hoor ik hoe ze van alles tegen elkaar roepen. Ik meen zelfs een tikkeltje te begrijpen wat ze elkaar willen vertellen. En zo leveren we aan onze kant van het asielhek een eigen geluidsbijdrage. Gek hè, dat ervaar ik dan weer niet als overlast. Kennelijk is het toch le ton qui fait la musique.

 

3 gedachten over “Intussen in het asiel: C’est le ton

  1. Ik begrijp dit helemaal .Wij aan de Rijndijk zitten in het zelfde schuitje. De Gemeente verdomd het tegenwoordig om burgers te informeren. Ik kan jullie deze hint mee geven informeren en publiceren rapport nat ombudsman 2019/004

    1. Dankjewel voor de tip Sandra, daar ga ik me zeker even in verdiepen. Ik geloof dat het een oprechte fout was van de gemeente omdat het een bedrijfswoning betreft. Maar het is vast de moeite waard om te proberen herhaling te voorkomen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *