Intussen in het asiel: Binnen handbereik

Intussen in het asiel: Binnen handbereik

Marlies staat in quarantaine B bij grote zwarte panter Malaka, die niet vrijwillig mee wenst te werken aan zijn tweede vaccinatie. Ze heeft hem net in een speciaal korfje voor ontsnappingsgevaarlijke katten weten te frotten. De opening van het korfje is daarbij op de vloer terecht gekomen. Alleen door het korfje met haar voet stevig tegen de vloer te duwen – Malakka heeft spierballen – kan ze voorkomen dat de zwaar geïrriteerde kater weer weet te ontsnappen. Om het korfje te kunnen vervoeren, heeft ze alleen nog een deksel en een deksel-vergrendeling-stokje nodig. Die zich, inderdaad, aan de andere kant van de quarantaine bevinden…

Mobieltje

De rest van de quarantaines is uitgestorven. Marlies probeert nog een “hallo, is daar iemand” en een “hellup” maar het mag niet baten. In arren moede schuift ze tergend langzaam – een quarantaine is dan ineens verrassend groot – met korf en kat richting deksel en stokje. Ze eindigt haar relaas met de wijze woorden “ja, een mobieltje is vooral handig als je het bij je hebt” (omdat die van haar op de balie lag).

Wat ons weer doet denken aan die keer dat Marlies werd gebeld door de dierenarts over een kat. De dierenarts had in eerste instantie mij gebeld, toen Eline, toen Marianne, toen Syl en toen ons vaste nummer. Omdat de dierenarts weet dat Marlies die middag vrij heeft, had ze haar in eerste instantie overgeslagen maar komt uiteindelijk cirkeltje rond weer bij haar terecht als kennelijk de enige die een telefoon binnen handbereik heeft.

Maar ook Marlies krijgt ons niet te pakken. Is er inmiddels al bijna van overtuigd dat haar collega’s zijn verzwolgen door een tornado of verorberd door een zwerf-Godzilla en belt ten lange leste naar Harm (mijn eega). “Nee hoor, die staan hier allemaal” horen we hem zeggen. ‘Allemaal’ staat dan op het voorplein van het asiel waar we en masse naartoe zijn gerend om de nieuwe auto van Syl te bewonderen. Niemand van ons heeft daarbij een mobieltje (wat dus alleen handig schijnt te zijn als je het bij je hebt) meegenomen.

Opgesloten in hondenkennel

“Hoe deden we dat vroeger eigenlijk?” vragen we ons ineens af “zónder?”. De jongere lezers weten dit misschien niet, maar in de prehistorie hadden we niet van dit soort handige apparaatjes. Het was behelpen.

Geen mobieltje om iemand te bellen als je in een hondenkennel zat waarvan je de deur achter je had dichtgetrokken voor wat quality time met een asielhond. De deur van hekwerk, waarvan je pas later opmerkte dat de grendel aan de buitenkant zat zodat de honden ze zelf niet open kunnen maken. En waar ook een behoorlijk strakke veer in zit, zodat het mechanisme hartstikke stroef gaat waardoor je vingers wel door het gaas kunnen reiken en het oog van de handgreep kunnen bereiken, maar je toch net niet genoeg kracht kunt uitoefenen om de kennel ook echt open te krijgen. En je dus nog meer kans krijgt voor quality time maar je eigenlijk ook nodig naar de wc moet en een beetje trek krijgt omdat het tijd wordt voor de lunch. Niet dat ons dat is overkomen natuurlijk.

Droge brokjes

Of geen mobieltje wanneer je kittens aan het verzorgen bent, je achter de deur met hen aan het spelen bent en daardoor domweg over het hoofd gezien wordt, vervolgens de quarantaine zonder pardon op slot gaat zodat de kittens de deur niet open kunnen maken en je daardoor schrikbeelden krijgt van hoe je de nacht zal moeten doorbrengen in een kattenmandje met alleen een paar droge brokjes om op te kauwen.

Tja, in die tijd zat er niks anders op dan te wachten totdat iemand erachter kwam dat je misschien toch eigenlijk wel heel lang wegbleef. Of je moest de vocale interface inzetten: “Drommels, heb je mij nu pardoes in een quarantaine gekerkerd?” (want ja, ook ons taalgebruik was toen wezenlijk anders).

Jachthonden

Nu bel je Marianne om eraan te helpen herinneren dat het inmiddels kwart voor vijf is en zij om kwart over vier je zou komen helpen om Jaimy in haar kennel terug te zetten.

Of roep je telefonisch om hulp als je met een groepje honden – die ook nog voor een groot deel jachthonden in allerlei soorten en maten zijn – in het speelbos loopt en je ineens een jonge reiger uit het nest ziet vallen.

Mij zul je daarom niet horen klagen over de uitvinding van de mobiele telefoon. Die dingen zijn echt ontzettend handig. Als je ze tenminste bij je hebt.

Mechelse herder Jaimy bij Dierentehuis Stevenshage in Leiden.

Eén gedachte over “Intussen in het asiel: Binnen handbereik

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *