Intussen in het asiel: Arie

Intussen in het asiel: Arie

“Wie zijn dat?” vraagt een bezoeker in mijn kantoor en wijst op het kattenportretschilderij dat achter mij hangt. “Dat is Damocles” zeg ik – het bezoek knikt in herkenning – “en dat is Arie”. Twee wenkbrauwen gaan omhoog “Arie?“. Bij de mensen die haar meemaakten, is de naam Arie welhaast legendarisch…ik haal diep adem en vertel.

Het schilderij van Damocles (linksboven) en Arie (rechtsonder), de voormalig huiskatten van Dierentehuis Stevenshage in Leiden.

Huiskat van het asiel

Toen ik in 1997 als vrijwilliger bij Stevenshage begon, was Arie de huiskat van het asiel. Een prachtige kat, Siamees met witte voeten (later omgedoopt tot ‘Snowshoe’) met stralende blauwe ogen, die zowel een ijskoud killerinstinct als een exotisch sprookje konden uitdrukken.

Er was afstand gedaan van Arie omdat ze bepaald geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken en daarnaast onzindelijk. Als pleegkat in huis gekomen bij de toenmalige beheerder Leen gaf ze grote problemen met de reeds aanwezige katten. Reden waarom Leen besloot haar eens mee te nemen naar het asielgebouw. En dát was nou precies wat freule Arie (ja ze was een poes) wenste: een grote schare personeel en aanbidders en vooral, ruimte! Tijdens onze openingstijden verbleef ze in de kantine maar daarbuiten mocht ze gewoon d’r gang gaan. Er was altijd wel iemand in de buurt die kon aaien, een blikopener kon hanteren, een deur open kon doen. En weer dicht. En weer open (bis).

Aaien op eigen risico

De eerste kennismaking met Arie was voor veel mensen als ze midden in de gang op haar rug lag te dweilen, de buik uitnodigend naar boven. Dat ging dan heel even goed, totdat klak! de val dichtklapte en de nietsvermoedende dierenvriend gevangen zat in de Arie-klem. Je hand héél stilhouden was de enige manier om daar ongehavend uit te komen. Ik zou kunnen zweren dat Arie na afloop met een grijns wegliep om ergens op een muur het zoveelste slachtoffer te turven.

Arie valt aan op een pak roomboter en geniet van de rust op een droogmachine bij Dierentehuis Stevenshage in Leiden.

Het Arie-dieet

Arie kwam ook buiten. Dagelijks zat ze te wachten bij de personeelsingang tot die open ging. Dan liep ze een rondje over het asielterrein en meldde zich weer netjes bij de voordeur. Ondanks die dagelijkse lichaamsbeweging had Arie een levenslang probleem met haar gewicht. Eigenlijk was ze altijd op dieet. (Diejeet? Arie eet bijna niks! is een van haar beroemde uitspraken.)

Haar favoriete bezigheid was om op slinkse wijze haar dagelijks toegewezen portie calorieën uit te breiden. Arie had prima door dat glas breekt en een maaltijd Completa oplevert als je het van tafel knikkert. Jezelf laten insluiten in het magazijn werkt ook. Voordat je gemist wordt, heb je namelijk ruim de tijd om een aanzienlijk deel van alle zakken voer aan te vreten (oh was dat hondenvoer? smaakte eigenlijk prima). Over de keer dat ze een emmer (een émmer) gistsnoepjes had opgevroten, doen we er het zwijgen toe (al hebben we nu voor eeuwig een gedetailleerd beeld bij de term ‘projectiel braken’).

Arie voelde zich als huiskat helemaal thuis bij Dierentehuis Stevenshage in Leiden.

Mythische reputatie

Het meest tot de verbeelding sprekend echter was het avontuur met Bobo. Bobo was een forse – zeg maar XL – pitbull. Toen Bobo Arie zag, dacht hij maar één ding… Arie had geen probleem met honden, tenzij ze een probleem met haar hadden. In een flits zat Arie in de bek van Bobo. En een fractie van een seconde later wandelde Arie waardig, zij het ietwat verontwaardigd, weg, een verbouwereerde en licht bloedende Bobo achterlatend. Hierna nam de reputatie van Arie, sowieso al geducht, voor eeuwig mythische proporties aan.

Vereeuwigd

Arie is ruim vóór de bouw van ons nieuwe asiel overleden, toch maakt ze er voor altijd deel van uit. Op ons verzoek hebben de metselaars haar as verwerkt in de buitenmuur. Arie was immers een kat waar je op kon bouwen. En dat is geen ongepaste grap over je omvang Arie, maar zegt alles over je persoonlijkheid.

Arie was de huiskat van Dierentehuis Stevenshage in Leiden.

Arie was van alle markten thuis en schreef een tijdje een kollum (spellen was niet echt haar ding) in de Beestenbende over haar muizenissen. Of je was fan óf je vond het super kinderachtig. Wat vindt u?

Gepubliceerd in Beestenbende najaar 1999:

Een moment met Arie
of: de belevenissen van een asielpoes

Leuke dinge:

  • Een zonnestraal op je snor tijdes un middagdutje
  • As je net trek hep en dan kom je inene un bakkie met brokkies tege
  • Een verse krappaal
  • As iemand op dat plekkie kriebelt waar je zellfu niet bij ken
  • Tweebeners die wete dat katte een hekel heb ban schreewe
  • As je kattebak fijn ver weg staat van je brokkies zodat je niet in je eige deure hoef te dinere
  • Katte, vooral als ze mettun nieuw baasje meegaan
  • Schone voete
  • As je in de bek vannun hond vaszit want dan ken je weeris lekker je klauwe benutte…
  • Inene achter de opberggugmappe vandaan springe en tweebeners late schrikke
  • Muize

Nietzo leuke dinge:

  • ’n Prik bij de dierenarts
  • Zoeen wilde droom hebbe datje van de stoel valt
  • Vastzitte tussen ut plafond en ut dak
  • Honger en niks in je bakkie
  • Hallufwas tweebeners die an je ore trekke
  • As je denk dat je ut mellukpoeier blik van tafel mep maar uttis de suiker
  • Opmerkingen over je taljemaat (en dan ook nogeris op dieet moete)
  • Hondu (behalve als ze weggaan uit ut asiel)
  • As de kas niet klop want is Conny laat met je happie blik
  • Natte voete

Als altijd,

Uw Arie


Gepubliceerd in Beestenbende winter 1999:

Een moment met Arie
of: de belevenissen van een asielpoes

Uttis bijna het einde vannut jaar 1999.

Dat betekent een speelgoedmuis met Sinnieklaas, un extra lekker blikkie met Kerst en lawaai met Oudennieuw. Maar deze keer betekent u nog meer.

U weet wel: de mielleniejum bug. Kweenie presies wat ofdat is maar Arie weet wel dattun bug een beessie is. Gelukkig had uw Arie nog wat vlooje-druppies over (Arie hep tenslottu nóóit vlooje) en hep die zodoende meteen beschikbaar gestelt.

Dat wilzegge, Arie hep ze gewoon over de kompjoeter, de kopieermasjiene en ut faksapparaat verdeelt. En nou kenne we allemaal mettun gerust hart aan de feesdage beginne.

Als altijd,

Uw Arie

2 gedachten over “Intussen in het asiel: Arie

  1. In januari 2011 kregen we van beheerder Leen een siameesje van een half jaar als pleegkat mee. Het bleek een waardige opvolger van tante Arie. Reden voor pleeg: “Uh, niet te handhaven in een hokje”. “Enne pas een beetje op met je handen. Ze heeft zo haar eigen spelregels”. O ja: “Berg haar voer goed op. Ze maakt alle open. En u raadt het al: haar naam was Arie en ze was voor een kleine kat al hééél mollig.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *